Dendermonde, 4 september 1944
Het is ongeveer 9 uur 's morgens als Gaspard Vercammen bemerkt dat er een trein halt houdt tussen de Scheldebrug en het station van Grembergen. Drie wagons worden afgepikt en de rest verdwijnt opnieuw richting Waasland. Terzelfder tijd stappen zes Duitse soldaten in de richting van de brug die ze aan een grondige inspectie onderwerpen. Gaspard begrijpt de de soldaten de bedoeling hebben om de brug te laten springen en begeeft zich onmiddellijk naar huis waar hij zich bewapend. Terug aan de Veerbrug gekomen zoekt hij dekking achter de Scheldedijk en neemt de Duitsers onder vuur die ondertussen bezig waren om de brug te ondermijnen. De Duitsers trekken zich terug richting Grembergen. Ondertussen krijgt Vercammen versterking van Louis Ophalfvens, Jean Van Damme en Raymond Torfs, even later gevolgd door nog andere verzetslui.
Op een gegeven moment probeert Louis Ophalfvens om de brug over te komen, waarschijnlijk met de bedoeling om de explosieven onschadelijk te maken, maar door een Duits salvo wordt hij gewond en ziet hij zich verplicht om op het brugdek op hulp te wachten. Zijn zoon Pierre, die ondertussen de groep was komen versterken, aarzelt geen ogenblik om zijn vader ter hulp te snellen. Ook Pierre wordt door Duitse kogels geraakt en blijft gewond liggen, evenals Alfons Willems die door een verdwaalde kogel getroffen wordt.
Omstreeks 13.00 uur valt het eerste dodelijke slachtoffer, Philemon Boerwaard sterft onder welgericht Duits vuur aan de elektriciteitscabine gelegen aan de Noordlaan. Even later wordt het stil en volgt een lange tijd van bang afwachten, elke poging om de gewonden te evacueren wordt door de Duitsers verijdeld.
Zo werd het 16.00 uur en op dat moment verschijnen een zestal Duitsers met het geweer met de riem aan de schouder aan de andere zijde van de brug. Ze maken de Dendermondenaars duidelijk dat ze hun gewonden van de brug kunnen komen halen. Enkelen gaan ongewapend de brug op overtuigd van hun taak en gerustgesteld door het zicht van een Duitse (onder-)officier met Rode Kruisarmband begeven ze zich naar de andere kant van de Schelde. Wanneer zij bij de gewonden aankomen brengen de Duitsers hun wapens in aanslag en nemen de verzetsstrijders gevangen. De reeds overleden Louis Ophalfvens laten ze achter maar zijn zoon Pierre wordt hardhandig meegesleept. Naast de voornoemde Pierre Ophalfvens werden ook Severin Straetman, Willem Van Deurm, Raoul Termonia, Albert de Clippel weggeleid. In de Gauweg, op het grondgebied van Grembergen, ter hoogte van het huisnummer 29 worden zij gedwongen om op hun knieën te gaan zitten met de armen in de lucht. Ondertussen worden bij de Scheldebrug Willy Algoet en Robert Marechal gevangen genomen en door de Duitsers weggebracht. Hun levenloze lichamen werden later aan de spoorwegdijk teruggevonden.
In de Gauweg botvieren ondertussen de Duitsers hun woede op de vijf andere gevangenen, ook zij zullen het niet overleven.
Wanneer omstreeks 19.30 uur de eerste Britse troepen de stad binnenrukken en de omgeving van de Scheldebrug veilig wordt verklaard kunnen de bezorgde stadsgenoten op zoek gaan naar hun vrienden of familie. De vreugde van de bevrijding werd zwaar overschaduwd door de aanblik van de verminkte lijken.
Bron: Vrije vertaling van "Crimes de Geurre, septembre 1944, Region des Flandres, 1947"






































